LOKAAL BELANG, de federatie van Partij Nijkerk, HoevelakenNu en Hart voor Nijkerk heeft deze week gezegd dat ze onverminderd vasthoudt aan het advies van de monumentencommissie, de zogenaamde optie 1, restauratie ter plekke en behoud van het gemeentelijk monument de eierhal. Het college gaat op verzoek van de raadscommissie grondgebied nogmaals praten met de monumentencommissie. Lees hieronder de brief van de monumentencommissie:
Aan
het college van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Nijkerk
Postbus 1000
3860 BA NIJKERK
onderwerp: aanvraag monumentenvergunning Eierhal Steller: ing. R.v.d. Wijk Nijkerk, 01 oktober 2009
Geacht college,
In antwoord op uw brief d.d. 2 september 2009 met kenmerk 355448 waarin u ons vraagt om een advies met betrekking tot de ingediende aanvraag voor een monumentenvergunning voor het demonteren en herbouwen van de Eierhal op het Molenplein 10 te Nijkerk, berichten wij u als volgt.
Bij brief d.d. 29 april 2009 hebben wij onze bezorgdheid reeds kenbaar gemaakt met betrekking tot het slopen en herplaatsen van de Eierhal als gemeentelijk monument. Het demonteren en herbouwen zal desastreuze gevolgen hebben.
De beantwoording van uw brief hebben wij in twee delen gesplitst.
A. Onze reactie op het bouwtechnische onderzoeksrapport van BFB adviesbureau uit Zwolle;
B. Advisering t.a.v. de aanvraag van een monumentenvergunning.
Ad.A.
reactie op het bouwtechnische onderzoeksrapport van BFB adviesbureau uit Zwolle
Het is goed dat de gemeente Nijkerk opdracht gegeven heeft voor een bouwtechnisch onderzoek naar de Eierhal aan het Molenplein te Nijkerk.
Bij een plan voor een zo gevoelige locatie, zowel gezien vanuit de monumentenzorg als vanuit de politiek, dient het college een goed gefundeerd besluit te nemen. De opdracht voor het onderzoek past in dat beleid.
Het rapport bestaat in feite uit drie delen:
1- het uitgebreide verslag van het bouwtechnische onderzoek,
2- de daaruit volgende conclusies en
3- een daaraan toegevoegde paragraaf als afsluiting, die een tweede advies bevat.
Dankzij het onderzoeksrapport van BFB-advies is duidelijk dat de Eierhal bouwkundig niet zo slecht is als wel eens is gedacht. Er worden twee opties besproken voor de verdere planontwikkeling: restauratie of nieuwbouw met hergebruik van enige oude elementen.
Het rapport geeft duidelijk motieven aan die pleiten voor restauratie:
1. De hoofdstructuur, d.w.z. de dragende constructie, bestaande uit de fundering, de ondersteunende penanten en de spanten met de diagonale schoren verkeren in een dermate gave toestand dat ze, wellicht met enig herstelwerk, zonder demontage gehandhaafd kunnen blijven. Daarmee is aan de belangrijkste voorwaarde voor een mogelijke restauratie voldaan.
2. Het rapport geeft tevens aan dat bij keuze voor demontage van de spanten de stabiliteit van het gebouw verloren gaat en dat daardoor waarschijnlijk ook de gevels (penanten) zullen sneuvelen.
3. Door het verplaatsen van de spanten zullen, o.a. ais gevolg van de wisselende krachtenvelden in de constructie, de spanten en met name de keperconstructies grote kans lopen op ontwrichting en op verlies van originaliteit en op het verloren gaan van authentieke onderdelen.
Herstel elders zal zonder meer een grote aantasting van het monument betekenen.
4. Het demonteren en de transport- en opslagkosten zullen hoge kosten met zich brengen.
5. Eventuele onderkeldering is ook bij restauratie op locatie mogelijk. Het rapport geeft hiervoor een technische methode aan.
Terloops wijst het rapport ook op de politiek nadelige gevolgen van een keuze voor sloop en nieuwbouw.
Voor nieuwbouw pleit (volgens het rapport):
De bouwlocatie is dan op gegeven moment helemaal kaal.
Wat overigens, is onze vraag, zou dat voor voordeel opleveren?
Tot aan de laatste paragraaf op de laatste bladzijde vertoont het rapport een homogene opbouw, de toegevoegde afsluitende conclusie echter, staat haaks op het rapport.
Samenvattend:
Het rapport van BFB-Advies geeft een helder beeld van de bouwtechnische staat van de Eierhal en van de voor- en nadelen van herstel ter plekke, of nieuwbouw met hergebruik van herstelde onderdelen.
De toegevoegde slotconclusie volgt niet uit het rapport zelf en houdt o.i. geen steek. Sterker nog:
deze dient op grond van de argumentatie van het rapport zelf verworpen te worden.
Ad. B.
Advisering ta.v. de aanvraag om een monumentenvergunning
De taak van de Gemeentelijke Monumentencommissie is het adviseren aan het College van B & W over zaken die de monumentenzorg raken. Hierbij is het uitgangspunt het behoud van monumentale belangen, waarbij de (bouw)historische waarden van beschermde monumenten een belangrijke plaats innemen. Bij haar advisering vanuit genoemd uitgangspunt kan de commissie andere belangen mee laten wegen, zoals de belangen van de gebruiker. Bij strijdigheid tussen monumentale en gebruiksbelangen geeft de commissie in haar advisering aan hoe deze afgewogen zijn en welke in een bepaald geval dienen te prevaleren. In veel gevallen leidt dit tot een compromisoplossing, die zoveel mogelijk recht doet aan beide elementen. De commissie kan immers niet adviseren monumentale waarden te schaden, zonder aan te geven welke zwaarwegende redenen daaraan ten grondslag gelegen hebben.
In het voorliggende bouwplan voor de Eierhal is sprake van volledige sloop en nieuwbouw, waarbij enige elementen uit het bestaande monument hergebruikt zullen worden.
Met vernietiging van een monument dient in de monumentenzorg slechts ingestemd te worden wanneer het object in onherstelbaar ruïneuze toestand verkeert, zoals na een calamiteit, bijvoorbeeld een brand of bombardement. Ook langdurige verwaarlozing kan tot een onherstelbare toestand leiden.
Daar geen van bovenstaande situaties zich voordoet zien wij dan ook geen aanleiding voor sloop.
Ten aanzien van de constructieve toestand merken wij het volgende op: Uit het recente bouwtechnische rapport van BFB-Advies blijkt dat de constructieve situatie herstel geenszins in de weg staat. Afgezien van de afsluitende passage is het rapport een goede onderbouwing van een pleidooi voor restauratie. De monumentencommissie onderschrijft deze positieve evaluatie en ziet derhalve geen reden de haalbaarheid van herstel elders nog verder te onderbouwen.
Ten aanzien van de belangen van de gebruiker toont het genoemde rapport aan dat restauratie ter plaatse goedkoper is dan sloop-nieuwbouw.
Hiermee zijn de beide redenen die aan een sloopvergunning van een monument ten grondslag zouden kunnen liggen weerlegd. De commissie ziet op grond van de haar nu ter beschikking gestelde informatie, dan ook niet in welke argumenten medewerking aan de sloop van dit monument zouden kunnen legitimeren.
Ten aanzien van het ingediende bouwplan wijst de commissie nog op het volgende: Het bouwplan blijkt gebaseerd te zijn op de aanleg van een ondergrondse parkeergarage op de plaats van de Eierhal: tekening M-01 geeft binnen de hal de "nooduitgang parkeergarage" aan. Het meermalen genoemde rapport toont aan dat voor de bouw van een parkeergarage onder de Eierhal, indien daartoe nu al besloten zou zijn, sloop geenszins noodzakelijk is.
Opvallend is dat het bouwplan, dat de titel draagt 'Aanvraag Monumentenvergunning', niet pretendeert een poging tot restauratie te zijn. Geconstateerd kan worden dat:
- de nieuwbouw in zijn vorm gebaseerd is op de bestaande Eierhal,
- dat daarin spanten hergebruikt worden (al is er twijfel ten aanzien van het herstel hiervan),
- dat op het dak twee kleine sierelementen, de pirons, herplaatst zullen worden.
Ten aanzien van kozijnen en bovenlichten wordt nu nog geen uitspraak gedaan.
Opmerkelijk is dat voor andere monumentale onderdelen geen poging tot behoud ondernomen wordt, slechts van gelijkvormigheid wordt uitgegaan. Dit betreft bijvoorbeeld de gootklossen, de dakpannen, de gemetselde consoles onder de spanten en het opvallende sierbord op de nok. Behoud van oorspronkelijk materiaal is een essentieel onderdeel van verantwoord monumentenbeleid.
Resumerend:
Wij adviseren u geen medewerking te verlenen aan het voorliggende bouwplan en de restauratie van de Eierhal, op locatie en zonder demontage, te bevorderen.
Namens de adviescommissie Monumenten Nijkerk,
de secretaris de voorzitter.
. Ing. R. v.d. Wijk mevrouw H.M.R. Lemstra-Gerards



